Malle Babbe is een mooi eerbetoon aan Rob én Jet de Nijs

Malle Babbe

René van Kooten als Rob de Nijs (foto Set Vexy)

Malle Babbe, zo heet de musical over Rob de Nijs, al zestig jaar een van de populairste zangers van Nederland. De première van deze nieuwe – zoveelste geslaagde – MediaLane-productie, was zondag 9 februari in het DeLaMar Theater. Eregast was Jet de Nijs, de vrouw van de inmiddels 82-jarige zanger die vanwege de ziekte van Parkinson zelf niet aanwezig kon zijn.

Jet, 26 jaar jonger dan Rob en al jaren fulltime mantelzorger van haar grote liefde, liep met hun (twaalf- of net dertienjarige) zoon Julius en Robbert (de zoon van Rob de Nijs en zijn ex Belinda Meuldijk) en diens vriendin net vóór mij over de rode loper.

Jet de Nijs stráálde in haar zwarte jurk. Bewonderenswaardig. Toen ik zondagochtend wakker werd, moest ik meteen aan haar denken. En aan hoe enerverend die middag voor haar zou worden. In de pauze zei ik tegen haar hoe goed ik de voorstelling vond. Jet leek ontspannen en zei dat ze erg tevreden en trots was. Ze was het met mij – en iedereen, denk ik – eens hoe trefzeker Lottie Hellingman haar in de musical speelt.

Ik vertelde haar ‘mijn’ Rob de Nijs-moment. Op 6 oktober 2006, toen ik in Den Bosch naar de première van de musical Grease ging, parkeerde ik de auto terwijl Banger hart op de autoradio was, de enige nummer 1-hit die Rob de Nijs ooit had. Ik stapte uit en naast mij stapten Rob en Jet de Nijs uit hun auto. Zij gingen ook naar de première. ‘Goh, ik hoorde net Banger hart op de radio’, zei ik. Hij antwoordde met een glimlach: ‘Ja, ik ook’. Afgelopen zondag zei Jet dat ze zich dat kon herinneren. Kortom: aardige mensen.

Malle Babbe

René van Kooten en Lottie Hellingman als Rob en Jet de Nijs (foto Set Vexy)

Ontroerend, soms een beetje larmoyant

Maar wat vond ik van de lang verwachte musical? Die is goed gelukt en ontroerend, alhoewel soms een beetje larmoyant. Vooral als het gaat om de bijna bovenmenselijk liefde tussen Rob en Jet de Nijs. Het verhaal wordt volledig verteld uit de visie van Rob en vooral van Jet de Nijs.

Ik weet dat meerdere mensen meer dan een half jaar aan het script van Dick van den Heuvel hebben gesleuteld. Er staat in het grote, glimmende, kenmerkend Joop van den Ende-programmaboek dat er meer dan veertig versies van het script waren. Tja, alsof dat een aanbeveling is. Schrijver Dick van den Heuvel zei zelfs in een interview dat het er wel tachtig waren. Volgenscreative produceer’ Joop van den Ende is tot de dag vóórafgaande aan de première nog aan de voorstelling ‘geschaafd’. De musical duurt nu, inclusief pauze, drie uur. Nog steeds aan de lange kant en ik hoorde dat Malle Babbe tijdens de eerste try-outs nog veel langer was.

René van Kooten (Rob de Nijs) en Lottie Hellingman (op de première speelde zij Jet; Lottie dubbelt de rol tijdens de tournee met Maartje van de Wetering) zijn continu op het toneel, want alles is één grote terugblik op de carrière van De Nijs. Ze zijn continu in stemmig zwart, heel mooi. Jet heeft Rob de Nijs op haar 24ste ontmoet en ze heeft de eerste decennia van zijn carrière niet aan zijn zijde meegemaakt. In de musical wil ze het verleden van haar doodzieke man mee ‘beleven’.

Na het uitbundige openingsnummer – Jan Klaasen was trompetter – rijdt René van Kooten in zijn rolstoel naar het midden van piste. Trillend van de ziekte van parkinson. Jet opent een foto-album en zingt: ‘Hier heb ik nog een foto van heel lang geleden./ Maar als ik blijf kijken, dan wordt het weer heden’. Later is de tekst van het lied Foto van vroeger (vertaling Joost Nuissl): ‘Die dromen zijn over, het gevoel is gebleven’. Rob de Nijs staat op uit de rolstoel en herbeleeft zijn verleden, zijn hits, zijn vele liefjes, zijn huwelijken; continu met Jet aan zijn zijde.

‘Het circus Rob de Nijs’

Malle Babbe

René van Kooten en Lottie Hellingman als Rob en Jet de Nijs in de eerste scène (foto Set Vexy)

De hele musical is gegoten in de vorm van een circus. Het mooie decor van Joris van Veldhoven – die ook De hospita prachtig vormgaf – is een piste, die deels kan draaien. Er zijn zitplaatsen rond die piste en de muzikanten zitten zichtbaar op de achtergrond, wat altijd fijn is. De uitbundig uitgedoste spreekstalmeester (Bart van Veldhoven) heet het publiek welkom bij ‘het circus Rob de Nijs’. Er zijn acrobaten, er worden messen geworpen en de kleurrijke uitdossingen van Cocky van Huijkelom zijn clownesk à la commedia dell’arte.

Het echtpaar De Nijs had tijdens het maken van de musical een flinke vinger in de pap. Misschien wel te flink. De twee ex-vrouwen van Rob de Nijs komen nogal onsympathiek ten tonele. Elly Hesseling, met wie hij in 1968 in Bergen op Zoom trouwde, komt ten tonele als een labiele figuur.

In de musical trouwt Rob alleen maar met haar, omdat haar vader diens kroeg in Bergen op Zoom aan hem aanbiedt. Bovendien vertelt die vader dat Elly ongewenst zwanger is en dat Rob, met zijn connecties in Amsterdam, vast wel een abortus kan regelen. Vervolgens eindigt Elly in een inrichting en valt ze Rob lastig met telefoontjes waarin ze dreigt met zelfmoord. Lekker dan…

Belinda Meuldijk, de tweede ex-vrouw van Rob de Nijs (gespeeld door Sanne Franssen) en de moeder van zijn twee oudste zoons, is de musical ook niet erg sympathiek. De dochter van Wim Meuldijk (geestelijk vader van Pipo de clown), actrice, schrijfster en fervent dierenactivist was voor het leven en de carrière van Rob de Nijs heel belangrijk. Ze schreef zijn grote hits als Hou me vast, Alles wat ademt, Yoshi (over hun autistische zoon) en natuurlijk zijn enige nummer 1-hit Banger hart. Bovendien schonk ze hem twee zoons: Robbert en Yoshi.

In de musical wordt Belinda geïntroduceerd als ‘de actrice, die naakt te zien was in de film Soldaat van Oranje‘ en als expert in de ‘Pipologie’. Zij en Rob de Nijs voeren zwoele capriolen uit op een bed, terwijl ze het door Bill van Dijk, Tineke Beishuizen en Gerardus Stellaard geschreven lied Zondag zingen: ‘Zondag, zondag/ vandaag blijf ik de hele dag dicht bij je/ Zondag, zondag / We hebben tijd om lekker lang te vrijen/ Je fluistert woordjes die ik zo graag van je hoor/ Ahaha, ahaha, toe, ga door’.

Malle Babbe

Jasper van Hofwegen als Lennaert Nijgh met ‘de vlinders van papier’ om hem heen (foto Set Vexy)

Poëzie? Nijgh: ‘Pruttelpraat!’

Vervolgens is Belinda te zien in confrontaties met Lennaert Nijgh en Jet de Nijs. Terwijl het lied Yoshi wordt gezongen over de autistische zoon van Rob en Belinda, verwijt Nijgh haar dat ze privé verwart met het schrijven van een liedje. Hij vindt dat dit echt niet kan: ‘De toestand van jullie zoon, dat speelt zich af achter de voordeur’. Belinda verweert zich met het argument dat haar teksten de poëzie van het leven’ zijn. Nijgh: ‘Het is pruttelpraat!’ Lennaert Nijgh komt er in voorstelling hoe dan ook bekaaid af; vooral als onverbeterlijke dronkenlap.

Heel mooi is de solo van Jasper van Hofwegen als Nijgh, wanneer hij het door hem en Boudewijn de Groot geschreven lied Verdronken vlinder zingt. Ondertussen laat het ensemble A4-tjes met door Belinda Meuldijk geschreven teksten als vlinders rond hem ‘fladderen’.

Het conflict tussen Belinda en Jet concentreert zich op de vraag wie jaloers op wie is. Rob de Nijs had al tegen Jet gezegd: ‘Van Belinda kreeg ik inspiratie en twee mooie kinderen. Ik zong haar pijn. Mijn artiestenhart ging er sneller van kloppen’. Belinda zegt tegen Jet dat zij de beeldhouwer is die met haar teksten Rob de Nijs heeft gevormd. Jet zegt dat zíj degene is die elke nacht naast Rob slaapt en dat zij de enige vrouw is van wie Rob houdt.

Verder niets over de in 2007 veelbesproken ‘rattengate’, waarbij door Rob gemaakte foto’s van het vervuilde huis van Belinda werden gelekt naar de Privé. Opmerkelijk is dat Joop van den Ende er volgens De Mediacourant persoonlijk voor heeft gezorgd dat Belinda Meuldijk niet naar de première in het DeLaMar zou komen.

Het had kennelijk ook aardig wat voeten in de aarde voordat Belinda Meuldijk toestemming gaf om haar repertoire te gebruiken voor de musical. Ongetwijfeld na een aanzienlijke financiële regeling. Gelukkig maar; anders hadden haar teksten en ook De Nijs’ grootste hit Banger hart niet geklonken. Dit is nu een hoogtepunt in de voorstelling. Inclusief een meezingend, klappend publiek, dat ook uit de stoelen komt.

Dit was dus de première van Jet, zonder Belinda. Haar volwassen zoon Robbert de Nijs was er wel, met diens vriendin. Zijn reactie in De Mediacourant: ‘Ik ben hier in de eerste plaats voor m’n vader en ik hoop wellicht dat mijn moeder de musical ook op een dag te zien krijgt, maar vandaag stond alles in het teken van m’n vader en dat is goed gelukt.’

Wat heel duidelijk is, is dat dit vooral de musical is van Joop van den Ende. Rob de Nijs werd op 26 december 1942 in Amsterdam-Oost; tien maanden nadat Joop werd geboren. Ook in Amsterdam-Oost. Ze hebben elkaar als kinderen niet gekend, maar het kan niet anders dan dat het idee voor deze musical van Van den Ende komt. Net zo goed als hij bedacht om musicals te maken over André Hazes en Annie M.G. Schmidt. Daar is Van de Ende nu eenmaal een meester in.

Inventieve arrangementen

Veel van de Rob de Nijs-hits komen op een originele manier ten tonele. De arrangementen van Jeroen Sleyfer ziten goed in elkaar, met lekker beats en onverwachte ritmes. Zo wordt Ritme van de regen gebracht met projectie van druppels, terwijl het ensemble ritmisch met de voeten op de grond tapt en er uiteindelijk een groot tapdansnummer van maakt.

En er zijn verrassingen, zoals hoe zijn hit Zomer wordt gezongen Dit is het lied over een zestienjarige jongen die op het strand door een 28-jarige vrouw wordt ontmaagd: ‘‘t Werd zomer, voor ‘t eerst in heel m’n leven/ ‘t Werd zomer, de allereerste keer/ En ik was een man toen de zon weer opkwam’. Dit lied, waarbij het ensemble met blauwe doeken de zee suggereert, is in de voorstelling een duet tussen Rob en Jet. Met een aangepaste tekst, waarbij het leeftijdsverschil tussen Rob en Jet wordt geaccentueerd. Inventief en heel goed.

Sanne Franssen en Renée de Gruijl spelen respectievelijk Malle Babbe en Zuster Ursula, die in het begin aankondigen dat ze alle liefjes van Rob de Nijs spelen: van Carla Lipp – er klinkt een flard uit De twips uit Ja zuster, nee zuster: ‘Met je handen op je heupen en je handen op je bips’ – tot Belinda Meuldijk. Behalve Jet, want die is continu aanwezig en die ziet alles. Het is jammer dat Lennaert Nijgh vooral als zwalkende dronkenlap ten tonele wordt gevoerd; omringd door flessen. In de zaal zat bij de première Boudewijn de Groot, die veel met Nijgh heeft samengewerkt. Benieuwd wat hij ervan vond hoe zijn oude kompaan in de musical is verwerkt.

Malle Babbe als verrassend en spetterend pauzenummer

Malle Babbe

Malle Babbe-scène met in het midden Sanne Franssen met links Jasper van Hofwegen als Lennaert Nijgh en rechts René van Kooten als Rob de Nijs (foto Set Vexy)

Malle Babbe

Frans Hals schilderde deze ‘bohémienne’ in 1628 (te zien in het Louvre in Parijs)

Malle Babbe

Portret van Malle Babbe door Frans Hals, geschilderd tussen 1633 en 1635 (te zien in de Gemäldegalerie in Berlijn en eigendom van de Stiftung Preußischer Kulturbesitz)

In de musical is de grote hit Malle Babbe een spetterend pauzenummer. Sanne Franssen zegt als de rondborstige Malle Babbe dat ze in het museum op een plat vlak niet goed uit de verf komt. Als Rob de Nijs en Lennaert Nijgh in het Frans Hals Museum zijn, bewonderen ze Frans Hals’ portret van een mooie, rondborstige zigeunerin. Nijgh zegt: ‘Over haar wil ik een liedje schrijven’. Hij probeert op de melodie van Malle Babbe: ‘De zigéunerin’. Maar nee, dat bekt niet.

Nijgh kijkt naar het bordje onder een ander schilderij; een portret van een oude vrouw met een uil op haar schouder: Malle Babbe! Nijgh en De Nijs verwisselen de bordjes onder de schilderijen en een hit is geboren. Wat goed hoe dit in het script is verwerkt. Want veel mensen denken dat het door Frans Hals geschilderde portret de wulpse zigeunerin Malle Babbe is.

Er volgt een uitbundige scène met allemaal Frans Hals-figuren die hoeken van gouden schilderijlijsten vasthouden. Heel mooi om te zien. En ach… een kniesoor die erop let dat beide schilderijen niet samen in het Frans Hals Museum hangen. De ‘bohémienne’ hangt in het Louvre en Malle Babbe is de Gemäldegalerie in Berlijn. Wat ik schreef… een kniesoor…

‘Het is mooi geweest’

Af en toe is in de musical toch wrijving tussen Rob en zijn grote liefde. Jet zegt: ‘Succes is geen geluk’. Rob gooit haar met nogal wat wroeging voor de voeten: ‘Ik ben degene die onze zoon niet zal zien opgroeien’. Waarop Jet reageert: ‘En ík blijf alleen achter’. Maar alles eindigt buitengewoon liefdevol. René van Kooten zingt vanuit zijn rolstoel het door Belinda Meuldijk in 2017 geschreven lied Niet voor het laatst: ‘Ik wil niet opstaan in het donker/ Ik wil mij zijn maar dan jonger/ Eeuwenlang was ik gezonder/ Maar opeens gaat het zo vlug/ En ik wil terug, ik moet terug/ Naar jou’. De fictieve Rob en Jet concluderen: ‘het is mooi geweest’ en dat was in 2020 ook de titel van zijn afscheidsalbum.

Lottie Hellingman houdt als Jet een gloedvolle, emotionele toespraak, rechtstreeks tegen het publiek: ‘Ik breng u de liefde van mijn leven. Liefde is een hand vasthouden die trilt. Liefde is niet alleen geluk, maar ook ongeluk. Ik heb van Rob geleerd wat het beste van vallen is: weer opstaan’. Heel mooi, maar deze tekst zou zomaar de toespraak van Jet bij de uitvaart van haar man kunnen zijn.

Malle Babbe

René van Kooten als Rob de Nijs in de rolstoel en commedia dell’arte-figuren (foto Set Vexy)

Malle Babbe

Jet de Nijs kust op de première René van Kooten (eigen foto)

Malle Babbe

Jet de Nijs kust op de première Lottie Hellingman; ‘zichzelf’ (eigen foto)

Mamma Mia-achtige uitsmijter

Gelukkig volgt na het sombere slot en het uitbundige applaus nog een opgewekte medley van grote hits. René van Kooten draagt het originele jasje dat De Nijs in 2012 droeg tijdens het Parkfeest. Het is meedeinen geblazen. Deze toegift doet denken aan Waterloo als uitsmijter van de musical Mamma Mia. Eén en al feest. Tijdens het slotapplaus gaf bij de première de echte Jet de Nijs bloemen én een kus aan René van Kooten én aan Lottie Hellingman, haar evenbeeld op het toneel. Bijzonder.

Malle Babbe

Toegift met René van Kooten in het jasje van Rob de Nijs (foto Ronnie Tober)

Kortom: de musical Malle Babbe is zeer geslaagd en een overweldigend succes. En een publiekstrekker van jewelste. De tournee die dit seizoen duurt t/m 29 juni is al vrijwel uitverkocht. De kaartverkoop voor de reprise – van 7 september t/m 27 december – is al begonnen. De recensies zijn van bijzonder enthousiast tot welwillend positief.

Een kleine greep: Bianca Bartels geeft in Trouw vier sterren als ‘een kleurrijke ode aan een van de grootste Nederlandse zangers’. Ze schrijft: ‘René van Kooten heeft niet dezelfde stem als Rob de Nijs, maar hij zingt met een prachtig warm timbre. Hij gaat voluit en fel in Banger hart en Malle Babbe en is klein en integer op kwetsbare momenten, zoals het aangrijpende slot waarin hij Niet voor ’t laatst zingt, in een rolstoel, met subtiele tremor in zijn handen.’

Alexander van Eenennaam geeft in het AD ook vier sterren: ‘Zonder de andere acteurs tekort te doen is de chemie tussen Van Kooten en Hellingman het sterkste onderdeel van de musical, die eindigt met een fraaie climax. Het ene moment laat Van Kooten de zaal nog ontploffen, het volgende moment raakt hij zijn publiek diep met een mooie versie van Niet voor ’t laatst, het lied waarmee De Nijs veel indruk maakte tijdens zijn afscheidsconcerten. Het is de apotheose van een voorstelling die er wezen mag.’

Joris Henquet geeft in de Volkskrant drie sterren: ‘Malle Babbe is geen doorsnee biografische musical geworden. […..] Maar na verloop van tijd loopt alles en iedereen door elkaar heen. Hierdoor wordt bijvoorbeeld niet goed duidelijk gemaakt wat de samenwerking met liedschrijvers Boudewijn de Groot en Lennaert Nijgh, begin jaren zeventig, heeft betekend voor de artistieke ontwikkeling van De Nijs. […..] Deze structuur maakt het geheel een beetje rommelig.’

Toegift met René van Kooten in het jasje van Rob de Nijs (eigen foto)

Nog vier recensies, met drie – en geen – sterren

Elisabeth Oosterling schrijft in NRC: ‘In de scènes met partner Jet (Lottie Hellingman) spat het vuur van het toneel. Vocaal vormen zij een top-duo: er zijn mooie duetten én overtuigende solo’s. Ook tegenspeler Hellingman staat haar mannetje. Als Jet steunt zij haar hulpbehoevende man, maar ze kiest ook haar eigen pad. Op het toneel is de band tussen de zanger en zijn vrouw romantiek in z’n puurste vorm. De chemie tussen de twee acteurs is bijzonder overtuigend.’ Drie sterren.

Robbert Blokland geeft drie sterren in de De Telegraaf: ‘Met de jukeboxmusical Malle Babbe worden leven en muziek van Rob de Nijs vereeuwigd in een mooi eerbetoon. Er is veel te prijzen aan de voorstelling, waaronder de twee hoofdrolspelers. Wel mist het verhaal focus en leidt de enscenering in een circuspiste vooral af.’

Jeroen van Wijhe schrijft in De Theaterkrant: ‘Malle Babbe is een vrolijke chaos met mooie vondsten in regie en choreografie. Tegelijkertijd blijft er in de vertelling veel onduidelijk. We horen wel erg veel over de affaires van Rob de Nijs, die worden gecontrasteerd met Jet als zijn enige ware liefde. Maar over de ontmoeting en de opbloeiende liefde tussen de twee kom je weinig te weten. Hellingman moet als Jet vooral reageren op andere vrouwen en omgaan met haar jaloezie, maar krijgt minder scènes die gaan over haar relatie met haar man zonder tussenkomst van een derde persoon.’

En Patrick van den Hanenberg schrijft in Het Parool: ‘Misschien wordt het drinkgedrag van Lennaert Nijgh wat al te vet aangezet, is het gesprek tussen Malle Babbe en Zuster Ursula wat tuttig, en hebben we het op een gegeven moment ook wel gehad met al die liefdesuitstapjes van De Nijs, maar alles bij elkaar hebben scriptschrijver Dick van den Heuvel en het creatieve team een gevoelige, spetterende en originele ode aan een van de betere zangers van Nederland gemaakt.’

Malle Babbe is dus een eclatant succes. Wel geestig dat op de website van Malle Babbe staat dat álle recencenten vier sterren gaven en dat is niet helemaal waar. Ik moet ook zeggen dat ik deze feestelijke première al vóór aanvang van de voorstelling geslaagd vond, toen ik hoorde dat de groep 2CV Gypsy Jazz in de foyer Malle Babbe ‘op z’n gypsy jazz’ speelde. Toen zat de stemming er bij al helemaal in.

Malle Babbe

A-R op de Rode Loper (foto Anneke Janssen)

Malle Babbe

2CV Gypsy Jazz speelt voorafgaande première Malle Babbe en andere Rob de Nijs-klassiekers onder toeziend oog van prinses Beatrix (eigen foto)

Malle Babbe

A-R met een maskertje op de première (fotomachine)

Malle Babbe – de Rob de Nijs Musical, gezien 9 februari 2025 in het DeLaMar Theater. Een productie van MediaLane Theater. Met René van Kooten, Lottie Hellingman/ Maartje van de Wetering, Sanne Franssen, Renée de Gruijl, Jasper van Hofwegen, Bart van Velhdoven en anderen, script Dick van den Heuvel (scriptadviezen Paul Groot en Jasper van Hofwegen research Robin van den Heuvel), regie Carline Brouwer, choreografie Eline Vroon, arrangementen en muzikale supervisie Jeroen Sleyfer, decor Joris van Veldhoven, kostuums Cocky van Huijkelom, creatieve producer Joop van den Ende, producenten Iris van den Ende en Miel Gouda, scènefoto’s Set Vexy, Rode Loper-foto van A-R Anneke Janssen, toegifte-foto Ronnie Tober. De tournee is t/m 29 juni en daarna van 7 september t/m 27 december. Zie voor kaarten en meer informatie: www.mallebabbemusical.nl